Kort historisch overzicht van de Familie d'Ursel

Het geslacht d'Ursel stamt uit de familie Schetz. Oorspronkelijk kwamen zij uit Smalkalde (Hesse), maar ze vestigden zich tijdens de XVe eeuw in Hasselt en Maastricht en in het begin van de XVIe eeuw in Antwerpen.

De oorspronkelijke stamvader van het geslacht is Erasmus Schetz (rond 1480 - 1550), die in Antwerpen al snel een prominente plaats verwierf tussen de handelaars van de stad. Hij handelde vooral in metalen, namelijk uit de mijnen van Kelmis, en in suiker die hij liet overkomen uit Brazilië, waar hij in 1540 gronden had verworven. De overblijfselen van de fabriek die hij in Kelmis had opgebouwd, behoren nu tot het industrieel archeologisch erfgoed waarvoor de belangstelling alsmaar toeneemt. In 1527 werd hij door het hof tot de adelstand verheven. In 1545 kocht hij de heerlijkheid Grobbendonk.

Wapenschild van de familie Schetz

Erasmus Schetz

 

 Zijn oudste zoon, Gaspar Schetz (1513 - 1580) was zowel een welvarend handelaar als officier van de Koning. In 1560 kreeg hij de belangrijke functie van algemeen schatbewaarder der Nederlanden. Hij speelde ook een vooraanstaande politieke rol, waarvan hij een verslag naliet. Als erfgenaam van de heerlijkheid Grobbendonk, kocht hij verschillende gronden, meer bepaald in Wezemaal, Heyst en Hingene. Zijn tweede vrouw, Catherine van Ursel (U 1605), één van de dochters van de invloedrijke burgemeester van Antwerpen, Lancelot van Ursel, schonk hem 2 zonen die op hun beurt het geslacht voortzetten.

Gaspar Schetz en Catherine van Ursel

 

 De jongste zoon, Antoine Schetz (1560 - 1640), bouwde een schitterende militaire carrière uit. Hij was gouverneur van 's Hertogenbosch en verdedigde dit bolwerk van het katholicisme tot hij er in 1629 door prins Frederik-Hendrik werd verjaagd. Enkele jaren later, in 1635, nam hij wraak door Leuven, dat onder vuur lag van het Frans-Bataafse leger, met succes te verdedigen. In 1602 verhief de koning zijn heerlijkheid Grobbendonk tot baronie en in 1637 tot graafschap. Zijn geslacht stierf uit in 1726 en zijn bezittingen vielen ten deel aan de familietak van zijn oudste broer.

 

Antoine Schetz

 

Deze familietak stamt af van Conrard Schetz (1553 - 1632), landsheer van Hingene, die in 1600 tot baron van Hoboken werd verheven. Conrad Schetz was raadsman en ambtenaar bij Financiën en in Londen was hij zelfs een tijdje ambassadeur voor de aartshertogen. In 1617 werd hij geadopteerd door een zus van zijn moeder en kreeg de naam d'Ursel mee. Hij was getrouwd met Françoise, de oudste dochter van de voorzitter van de Privé-Raad, Jean Richardot.

 Zijn zoon Conrard d'Ursel (1592 - 1659) werd in 1638 verheven tot graaf van het Heilige Rijk en zijn achterkleinzoon Conrard-Albert (1665 - 1738) werd in 1717 verheven tot hertog van Hoboken.

De eerste hertog van Hoboken, beter gekend als hertog d'Ursel, rondde zijn lange militaire loopbaan af met de functie van gouverneur van het graafschap Namen. In 1713 huwde hij met prinses Eléonore van Salm, dochter van een Beierse vrouw en verwant aan bijna alle hoven van Europa. Hij erfde de bezittingen van de familietak van de jongste nakomeling van Grobbendonk terwijl de oude graaf van Grobbendonk hem enkele jaren daarvoor nog had geschreven: "Door al onze bezittingen samen te voegen, zullen we één der machtigste families van dit land worden."

 

Conrard-Albert, 1ste hertog d'Ursel en zijn vrouw, prinses Eléonore van Salm

 

 

Zijn zoon Charles, 2de hertog d'Ursel (1717 - 1775), veldmaarschalk ten dienste van Marie-Thérèse, militair gouverneur van Brussel, ridder van het Gulden Vlies, trouwde met prinses Eléonore van Lobkowicz. Eén van zijn dochters, Henriette d'Ursel, trouwde met de bekende maarschalk Ferraris, die de kaart ontwierp die nu nog steeds zijn naam draagt.

 

Karel, 2de hertog d'Ursel en zijn vrouw, prinses Eléonore van Lobkowicz

 

 

Zijn zoon Wolfgang-Willem, 3de hertog d'Ursel (1750 - 1804), generaal majoor, echtgenoot van prinses Flore d'Arenberg, speelde een belangrijke maar kortstondige rol in de strubbelingen op het einde van de eeuw, beter bekend als de Brabantse Revolutie.

Wolfgang-Willem, 3de hertog d'Ursel en zijn vrouw, prinses Flore d'Arenberg

 

  

De aanhoudende schuldenlast van zijn familie gedurende de XVIIIe eeuw en de Franse Revolutie ondermijnden zijn fortuin waardoor hij een moeilijke financiële situatie naliet aan zijn zoon Karel-Jozef, 4de hertog d'Ursel (1777 - 1860).

Karel-Jozef, 4de hertog d'Ursel en zijn vrouw, L-V-M-J-F Ferrero-Fieschi, prinses van Masserano

 

Van deze hertog werd gezegd dat hij "voor iedereen aangenaam in de omgang was (...), een geestrijk en bescheiden man, die een verdiende waardering geniet". Onder Napoleon was hij burgemeester van Brussel, onder het koningschap van Willem I was hij minister en Grootmeester van het Huis van de Koningin en tenslotte werd hij senator van het nieuwe koninkrijk België. Zijn vrouw Louise-Victoire-Marie-Josèphe-Françoise Ferrero-Fieschi, prinses van Masserano, schonk hem 3 zonen, van wie de nu nog in leven zijnde d'Ursels afstammen.

 

Baudouin d'Ursel

 

 

Bibliografie

  1. E. Coornaert, Les Français et le commerce international à Anvers. Fin du XVe-XVIe siècle, 2 delen., Parijs 1961.
  2. H.L.V. De Groote, De vermogensbalans van Melchior Schetz en zijn vrouw Anna van Stralen met hun testament van 1 juli 1569, in Bijdragen tot de Geschiedenis, 3e reeks, 55, 1972, pp. 226-263.
  3. Dr. H. Dierickx, Geschiedenis van Hoboken, Antwerpen 1954.
  4. R. Ehrenberg, Le siècle des Fugger, Ecole pratique des hautes études, VIe sectie. Centrum voor historisch onderzoek, S.E.V.P.E.N. 1955. Franse vertaling van " Das Zeitalter der Fugger ".
  5. L. François, Charles-Joseph d'Ursel (Brussel 1777-Hingene 1860), in Elite en Gezag. Analyse van de Belgische Elite in haar relatie tot de politieke regimewisselingen, Scriptie ingediend voor het behalen van de graad van Dokter in de Filosofie en in de Letteren, Afdeling Geschiedenis, Gent 1987, hoofdst. III, pp. 1017-1061.
  6. Baron Freytag von Loringhoven, voortgezet door D. Schwennicke, Europaïsche Stammtafeln, Marburg 1975. (Dit is een opmerkelijke compilatie waarvan niet genoeg kan worden benadrukt hoe nuttig ze is en die genealogische tabellen van de grote Europese families bevat. De families Schetz en d'Ursel worden behandeld in hoofdst. IX (Marburg 1987, tabel 127 tot 133). In dit hoofdstuk komen de families "des früh- und hochkapitalismus" aan bod, waaronder ook de families Borgia, Fouquet, Fugger, Henckel von Donnersmark en Rotschild).
  7. P. Génard, Un acte de société commerciale au XVIe siècle. La maison Schetz Frères d'Anvers, in het Bulletin van de Société de Géographie d'Anvers, Antwerpen 1883.
  8. P.J. Goetschalckx, Geschiedenis van Grobbendonk, s.l. 1897.
  9. F. Kieckens, Une sucrerie anversoise au Brésil au XVIe siècle, in Revue van de Société de Géographie d'Anvers, 1882, pp. 468-474.
  10. Lonchay, Etudes sur les emprunts des souverains belges au XVIe et au XVIIe siècle, in het Rapport van de Koninklijke Academie van België, 1907, pp. 923-1013.
  11. L. Mees, Geschiedenis van Hingene, Gent 1894.
  12. J.L. Meulleneers, De Antwerpse bankier Erasmus Schetz en zijn geassocieerden Jan Vleminck en Arnold Proenen, in de annalen van de Société archéologique du Limbourg, 1891, pp. 307-334.
  13. G. Schetz, Verslag van de eerste onderhandelingen van de Staaten-Generaal met don Juan van Oostenrijk en van de gebeurtenissen die hieraan voorafgingen, door Gaspar Schetz, Landsheer van Grobbendonk, algemeen schatbewaarder van financiën: 2 september 1576 - 16 februari 1577, in de Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 1e reeks, 1845, pp. 172-223 en 3e reeks, VII, pp. 66-100.
  14. G. Schetz, Viri pietate virtute moderatione doctrinaque clarissimi Dialogus de Pace, s.l. 1579.
  15. H. Soly, Urbanisme en kapitalisme te Antwerpen in de XVIde eeuw, Brussel 1977.
  16. E. Stols, Um dos primeiros documentos sobre e engenho dos Schetz em Sao Vincente.
  17. Graaf Boudewijn d'Ursel, Grobbendonk, morphologie d'une seigneurie du XVIe au XVIIIe siècle, in Recueil van het Office généalogique et héraldique de Belgique, XXXIV, pp. 43-114.
  18. (in voorbereiding) Graaf Boudewijn d'Ursel, Les Schetz. La Maison de Grobbendonk. La Maison d'Ursel.
  19. Graaf Hippolyte d'Ursel, Notes et documents concernant la famille d'Ursel, Brussel 1914.
  20. (Graaf Hippolyte d'Ursel), Les principaux tableaux de famille du château d'Hingene, s.l.n.d.
  21. (Graaf Hippolyte d'Ursel), Un roman familial au XVIIIe siècle. Conrard-Albert d'Ursel et Eléonore-élisabeth de Salm, s.l. 1928.
  22. Stéphane, (hertog) d'Ursel, Une fortune princière sous l'Ancien régime: l'exemple de la Maison d'Ursel, Scriptie ingediend voor het behalen van de graad van Licentiaat in de geschiedenis van de Moderne Tijden, onder leiding van professor Hervé Hasquin, Jaar 1997 - 1998, 143 pagina's.